Wat is Erytropoïetische protoporfyrie (EPP)?
Erytropoëtische protoporfyrie (EPP) is een zeldzame erfelijke stofwisselingsziekte. Mensen met EPP krijgen hevige pijnklachten aan de huid wanneer deze wordt blootgesteld aan licht, vooral zonlicht. De klachten beginnen meestal al op baby- of kinderleeftijd.
EPP ontstaat door een tekort aan een enzym. Een enzym is een soort ‘fabriekje’ in het lichaam dat stoffen omzet. Het betreffende enzym speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van heem, een bouwstof van hemoglobine, de rode kleurstof in het bloed.
Door het enzymtekort hoopt een stof genaamd protoporfyrine IX (PPIX) zich op in de rode bloedcellen. Wanneer PPIX in aanraking komt met licht, kan het veel energie afgeven. Dit gebeurt in de kleine bloedvaten van de huid wanneer licht op de huid schijnt. De vrijgekomen energie veroorzaakt schade aan het omliggende weefsel, wat leidt tot ernstige pijnklachten.
Rode bloedcellen die PPIX bevatten, worden afgebroken in de lever. In zeldzame gevallen kan de ophoping van PPIX ook leiden tot leverschade.
Soorten
Hoe vaak komt het voor?
EPP is een zeer zeldzame aandoening. Naar schatting komt de ziekte voor bij ongeveer 1 op de 90.000 mensen.
Oorzaak
EPP is een erfelijke aandoening die ontstaat door een verandering (mutatie) in een gen, een onderdeel van ons erfelijk materiaal (DNA). Hierdoor werkt het gen niet goed.
Van ieder gen erf je twee kopieën: één van je moeder en één van je vader. Klassieke EPP erft autosomaal recessief over. Dit betekent dat iemand pas EPP krijgt wanneer van beide ouders een afwijkende kopie van hetzelfde gen wordt geërfd.
Door deze genetische verandering ontstaat een tekort aan een enzym. Een enzym is een soort ‘fabriekje’ in het lichaam dat stoffen omzet. Door het enzymtekort kan protoporfyrine IX (PPIX) niet goed worden verwerkt en hoopt het zich op in rode bloedcellen.
Symptomen en gevolgen
EPP veroorzaakt ernstige pijn in de huid na blootstelling aan licht. Vooral zichtbaar blauw licht veroorzaakt klachten, niet ultraviolet (UV-)licht. Blauw licht is aanwezig in zonlicht, maar ook in kunstlicht. Omdat blauw licht door glas heen gaat, kunnen mensen met EPP ook binnenshuis klachten krijgen. Gewone zonnebrandcrème biedt daarom meestal onvoldoende bescherming.
EPP is geen allergie. Mensen met EPP hebben verhoogde concentraties van een stof, protoporfyrine IX (PPIX), in hun rode bloedcellen. Wanneer PPIX wordt blootgesteld aan licht, komt energie vrij die schade veroorzaakt in de huid.
Aanvankelijk veroorzaakt dit een hevige, brandende of stekende pijn. Bij verdere blootstelling kan de huid rood worden en opzwellen. Ernstige of langdurige blootstelling kan leiden tot beschadiging van de huid. De pijn kan zeer heftig zijn en soms dagen tot een week aanhouden. Gewone pijnstillers hebben vaak weinig effect.
Op een zonnige dag kunnen al binnen enkele minuten na blootstelling aan licht ernstige klachten ontstaan. Hierdoor kunnen mensen met EPP vaak niet spontaan of slechts kortdurend buiten zijn. Dit heeft een grote impact op het dagelijks leven en kan leiden tot beperkingen op school, werk en bij sociale activiteiten. Veel patiënten ervaren hierdoor gevoelens van sociale isolatie en een verminderde kwaliteit van leven.
Onderzoek en diagnose
Wanneer er een vermoeden bestaat van erytropoëtische protoporfyrie (EPP), wordt bloedonderzoek verricht waarbij de hoeveelheid protoporfyrine IX (PPIX) in de rode bloedcellen wordt gemeten. Een verhoogde waarde kan wijzen op EPP. Om de diagnose te bevestigen, wordt vervolgens DNA-onderzoek uitgevoerd naar veranderingen in de genen die EPP kunnen veroorzaken.
Als de diagnose EPP is gesteld, krijgt u een afspraak bij één van de artsen voor metabole ziekten op onze polikliniek.
Omdat mensen met EPP een verhoogd risico hebben op leverproblemen, worden de leverfunctie en de gezondheid van de lever regelmatig gecontroleerd. Hierbij kan onder andere een echo van de lever worden gemaakt.
Daarnaast hebben veel patiënten met EPP een tekort aan vitamine D, doordat zij zonlicht zoveel mogelijk vermijden. Een langdurig vitamine D-tekort kan leiden tot verminderde botsterkte en een verhoogd risico op botontkalking (osteoporose). Daarom kan een DEXA-scan worden verricht om de botdichtheid te beoordelen.
Er is een behandeling beschikbaar met afamelanotide, die de lichtgevoeligheid kan verminderen en de symptomen van EPP kan verlichten. Op dit moment is EPP echter nog niet te genezen.
Behandeling
Sinds 2016 is er een behandeling beschikbaar die mensen met EPP kan helpen om meer tijd in het licht en buiten door te brengen. Deze behandeling geneest EPP niet, maar vermindert de gevoeligheid voor licht en kan de kwaliteit van leven verbeteren.
In Nederland wordt deze behandeling voorgeschreven door de metabole internisten van het Porfyrie Expertisecentrum Rotterdam in het Erasmus MC.
Afamelanotide
De behandeling bestaat uit een klein implantaat (een staafje) dat onder de huid van de buik wordt ingebracht. Het implantaat geeft gedurende enkele maanden geleidelijk afamelanotide af.
Afamelanotide stimuleert de aanmaak van melanine, het natuurlijke pigment van de huid. Melanine biedt extra bescherming tegen zichtbaar licht. Hierdoor kunnen veel mensen met EPP langer in het licht verblijven voordat klachten ontstaan. De onderliggende aandoening verandert echter niet. Bij langdurige blootstelling aan licht kunnen alsnog pijnklachten optreden.
De behandeling kan maximaal zes keer per jaar worden toegediend, met een interval van ten minste 60 dagen tussen twee implantaten. In bijzondere situaties kan hiervan worden afgeweken, maar dit gebeurt altijd in overleg met de behandelend specialist.
Omdat afamelanotide een relatief nieuw geneesmiddel is, vinden tijdens de behandeling regelmatig controles plaats.
Mogelijke bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerking van afamelanotide is een donkerdere huidskleur door de toegenomen aanmaak van melanine. Bij sommige mensen is deze verkleuring niet overal even sterk zichtbaar.
Daarnaast kunnen bijwerkingen optreden zoals:
- misselijkheid;
- hoofdpijn;
- opvliegers;
- griepachtige klachten.
Deze klachten zijn meestal mild en verdwijnen vaak binnen enkele uren tot enkele dagen. Ernstige bijwerkingen zijn zeldzaam.
Zwangerschap en borstvoeding
Vanwege beperkte kennis over het gebruik van afamelanotide tijdens zwangerschap en borstvoeding gelden speciale voorzorgsmaatregelen.
Vrouwen wordt geadviseerd pas zwanger te worden nadat zij ten minste drie maanden zijn gestopt met de behandeling. Tijdens de periode van borstvoeding wordt behandeling met afamelanotide afgeraden.
Ook mannen wordt geadviseerd ten minste drie maanden te stoppen met de behandeling voordat zij een kind verwekken.
Lichtbehandeling bij geelzucht
Pasgeborenen met EPP mogen niet worden behandeld met de gebruikelijke lichttherapie voor geelzucht. De lampen die hiervoor worden gebruikt bevatten licht dat huidschade kan veroorzaken bij kinderen met EPP.
Omdat geelzucht regelmatig voorkomt bij pasgeborenen, is het belangrijk dat de diagnose EPP tijdig bekend is bij artsen en verpleegkundigen. Zo kan indien nodig voor een veilige alternatieve behandeling worden gekozen.
Met wie heeft u te maken?
Tijdens uw behandeling en controles krijgt u te maken met verschillende zorgverleners binnen het Porfyrie Expertisecentrum.
U wordt begeleid door de metabole internisten, de verpleegkundig specialist, het medisch studententeam en de verpleegkundigen van het dagbehandelcentrum.
Daarnaast wordt u regelmatig gezien door medewerkers van andere afdelingen die betrokken zijn bij uw zorg, zoals de dermatoloog, de afdeling echografie voor controle van de lever, de medisch fotograaf voor het vastleggen van huidafwijkingen en de afdeling bloedafname voor laboratoriumonderzoek.
Kijk ook op onze teampagina en maak kennis met onze specialisten.